Vandaag heb ik een belangwekkende ontdekking gedaan.
Ik zat te spelen met de Olympus E-420, je weet wel, dat nieuwe kleine reflexje met dat platte 2,8/25 mm objectief. Erbij had ik de 2,0/50 mm macro van Olympus. Compact en toch erg lichststerk. Een prachtig setje bij elkaar, al had ik liever dat Olympus geen 25 maar een 18 of 20 mm had gemaakt, net even groothoekiger. Dan had je de klassieke reportageset uit de tijd dat zooms nog weinig voorstelden.
Op dat moment komt het persbericht binnen van de Olympus E-520. Zeg maar een licht opgewaardeerde E-510. Ik lees het allemaal door en speel verder. Ik zet de 2,0/50 mm op de E-420 en ga op volle opening portretjes van m’n dochter schieten. Heerlijk selectief scherpstellen, alleen één oog helemaal scherp, wat is die 2,0/50 mm een fijn portretobjectief. Leuk dat je zo ook bij portretwerk sterke close-ups kunt maken. Ik werk bij bestaand licht en maak me om de sluitertijd geen zorgen. De beeldstabilisatie immers zal mij redden. Later kijk ik de foto’s terug. Scherpte precies op de goede plek en inderdaad geen spoortje van trilling. Maar dan! Ik realiseer me dat de 420 helemaal geen antishake heeft. Ik was in gedachten nog bij de 520 en dacht even dat ik daarmee werkte.
Het idee alleen blijkt dus voldoende om trillingvrij te fotograferen. Noem dit gerust een placebo-effect: de E-420 heeft antishake zolang je erin gelooft.








Vandaar zeker dat alles groen...